Vragen en antwoorden over vaginale matjes voor verzakking

Geplaatst op 17 december 2019

Wat is een verzakking?
Bij een verzakking is er schade aan het steunweefsel van de blaas, baarmoeder of darm. Dit steunweefsel houdt de organen normaal gesproken op haar plaats. Door de schade is er minder steun en kan een deel van de schede (vagina) naar buiten komen (verzakken). Dit kan klachten geven. Bijvoorbeeld dat er tussen de schaamlippen een balletje in de weg zit of dat dit een zwaar gevoel geeft. Ook kan het klachten geven bij het plassen of poepen, of bij het vrijen. Verzakkingen komen vaak voor.

Wat is er aan een verzakking te doen?
Een behandeling voor een verzakking is altijd gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven. Als de verzakking geen of weinig klachten geeft, is een behandeling niet nodig. Bij een niet zo ernstige verzakking kan bekkenfysiotherapie soms helpen, vooral als er problemen zijn met het plassen en poepen. Anders zal vaak eerst een ring (pessarium) worden geprobeerd. Als een ring niet lukt of helpt, of als iemand geen ring wil, kan een operatie worden verricht. Van alle vrouwen met een verzakking die de gynaecoloog ziet, wordt 1 op de 4 (25%) geopereerd.

Hoe wordt een verzakking normaal gesproken geopereerd?
De operatie is bedoeld om de werking van de bekkenbodem te verbeteren door de schade van het steunweefsel te herstellen. Als de organen weer op de juiste plek zitten, werken ze vaak ook weer beter. Een operatie voor een verzakking kan meestal via de schede met oplosbare hechtingen. Dus zonder gebruik van een implantaat. De verzakking wordt dan met lichaamseigen weefsel verholpen. Dit is vergelijkbaar met het herstellen van een gat in kleding met naald en draad. Deze operatie gebeurt in bijna alle ziekenhuizen.

Kan de verzakking na een operatie weer terugkomen?
Ja, helaas kan de verzakking na een operatie weer terugkomen. We spreken dan van een recidief. Het steunweefsel was waarschijnlijk te zwak om met hechtingen te versterken. De verzakking komt bij 2 tot 4 op de 10 vrouwen (20-40%) weer terug. De klachten zijn vaak minder ernstig dan eerder. Een verzakking kan al vrij snel na een operatie terugkomen, maar soms ook pas na jaren. Hoe ernstiger de verzakking was bij de eerste operatie, hoe groter de kans dat een verzakking weer terugkomt. Leeftijd en de kwaliteit van het steunweefsel spelen ook een rol bij het terugkomen van een verzakking.

Wat als een verzakking na een operatie toch weer terugkomt?
Dat hangt van veel factoren af. Als er geen of weinig klachten zijn, is een behandeling vaak niet nodig. Soms kan fysiotherapie of een ring helpen. Als dit onvoldoende helpt, kan opnieuw een operatie nodig zijn. Van alle vrouwen die vanwege een verzakking worden geopereerd, zal ongeveer 1 op de 10 (10%) opnieuw worden geopereerd omdat de verzakking is teruggekomen. Als de nieuwe verzakking ontstaat in een deel van de schede waar nog niet eerder is geopereerd, zal waarschijnlijk een operatie met lichaamseigen weefsel worden geadviseerd. Als de verzaking ontstaat in een deel van de schede waar eerder is geopereerd, kan een implantaat worden overwogen.

Waarom wordt er soms een implantaat gebruikt?
Een implantaat is een voorwerp of materiaal dat in het lichaam wordt aangebracht. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een implantaat in uw gebit, een nieuwe heup of een borstprothese. Bij een operatie voor een verzakking gaat het om een gaasachtig matje (Engels: ‘mesh’). Als een deel van de schede opnieuw is verzakt, is het steunweefsel daar waarschijnlijk erg zwak. Een implantaat zorgt ervoor dat er nieuw steunweefsel ontstaat. Denk opnieuw aan een gat in bijvoorbeeld een broek. Dit kan met naald en draad worden hersteld (normale operatie bij verzakking) of met een lap om het gat te overbruggen (matje). In uitzonderlijke gevallen kan men ook bij een eerste operatie kiezen voor een implantaat. Bijvoorbeeld bij vrouwen met erfelijke afwijkingen van het steunweefsel. Bespreek de voor- en nadelen van een implantaat goed met uw arts zodat u samen een weloverwogen keuze kunt maken.

Hoe kan een implantaat (‘mesh’) bij een operatie voor een verzakking worden ingebracht?
Een implantaat kan via de schede en via de buik worden ingebracht. Sinds 2005 worden er in Nederland implantaten (‘mesh’) via de schede geplaatst. Er was toen al veel ervaring met deze materialen opgedaan die de behandeling van onder andere liesbreuken en urineverlies heeft verbeterd. De verwachting was dat er minder kans was op het terugkomen van een verzakking na plaatsing van een vaginaal implantaat. Door wetenschappelijk onderzoek en ervaringen werd het aanvankelijke enthousiasme bekoeld. Zo kwamen er meldingen van ernstige complicaties van pijn en het deels zichtbaar worden van het matje in de schede. Het inbrengen van een implantaat via de schede werd hierna minder vaak en selectiever gebruikt. Deze operatie wordt nu nog in een beperkt aantal ziekenhuizen bij 1 tot 2 op de 100 vrouwen met een verzakking (1-2%) verricht. Dankzij verdere ontwikkelingen is de operatie verbeterd en veiliger geworden. Zo zijn de implantaten beter geworden (o.a. kleiner en lichter) en is de wijze waarop ze worden bevestigd, veranderd. Ook heeft de beroepsgroep steeds strengere kwaliteitsnormen gemaakt.
Een verzakking kan ook met een implantaat via de buik worden verholpen. Dit gebeurt al meer dan vijftig jaar. Vroeger ging dit met een open buikoperatie. Tegenwoordig vrijwel altijd via een kijkoperatie (laparoscopie). Hierdoor is het makkelijker om de ‘mesh’ goed aan te brengen en is het herstel sneller. Ook deze implantaten zijn sterk verbeterd.

Hoe werkzaam is het gebruik van een implantaat bij een operatie voor een verzakking?
De kans op het terugkomen van een verzakking bij het gebruik van een implantaat is 2 tot 3 keer kleiner in vergelijking met een operatie met alleen lichaamseigen weefsel. Maar een teruggekomen verzakking geeft niet altijd klachten. Het verschil in tevredenheid van vrouwen na een operatie met eigen weefsel of een implantaat is daarom minder groot.
De operatie met een implantaat via de schede is vooral geschikt voor vrouwen waarbij een verzakking van de blaas is teruggekomen. Of als een operatie via de buik onverstandig is. De ingreep waarbij de verzakking met een implantaat via de buik wordt verholpen, is vooral geschikt voor de behandeling van opnieuw een verzakking waarbij de baarmoeder of top van de schede duidelijk verzakt is.

Wat zijn de belangrijkste risico’s van een implantaat?
De belangrijkste risico’s van een implantaat zijn het blootliggen en doorschuren van het implantaat (‘exposure’) in de schede (vagina) en pijn in de onderbuik, bekkenbodem of schede.
Bij een ‘exposure’ naar de schede kan het implantaat voelbaar of zichtbaar worden. Dit kan afscheiding, bloedverlies of pijn geven. In de eerste onderzoeken bij vaginale implantaten (‘mesh’ via de schede) wisselde het voorkomen van ‘exposures’ sterk. Uit nieuwer onderzoek blijkt dat dit nu minder vaak voorkomt. Waarschijnlijk komt dit door de ingevoerde verbeteringen. Ook bij een implantaat ingebracht via de buik komen ‘exposures’ voor, maar gebeurt dit iets minder vaak. ‘Exposures’ kunnen tot vele jaren na de operatie ontstaan. Alleen een ‘exposure’ die klachten geeft, hoeft behandeld te worden. Dit kan vaak via een kleine ingreep, waarbij het stukje implantaat dat zichtbaar is, wordt verwijderd. Een implantaat die in de blaas of darm is terechtgekomen, is uiterst zeldzaam, maar ook lastiger te herstellen.
Na elke operatie kunnen pijnklachten ontstaan. Vaak verdwijnen pijnklachten na een aantal weken of maanden, maar soms niet. Dan spreken we van voortdurende of chronische pijn en dit kan erg invaliderend zijn. Pijn kan de hele dag aanwezig zijn of bij bepaalde omstandigheden. Bijvoorbeeld tijdens wandelen, zitten of vrijen. Pijn kan vele oorzaken hebben en de behandeling is vaak lastig.
Onlangs vonden Nederlandse onderzoekers geen verschil in pijn tussen vrouwen waarbij de verzakking met een vaginaal implantaat werd behandeld en met lichaamseigen weefsel. Toch is het denkbaar dat bij het gebruik van een implantaat het risico op pijn groter is dan na een operatie met lichaamseigen weefsel. De sterkere weefselreactie en de grotere kans op zenuwletsel zouden daarbij een rol kunnen spelen.
Andere complicaties zijn vaak verbonden aan de operatietechniek. Bijvoorbeeld schade aan de blaas, de darm, een bloedvat of een zenuw. De kans op complicaties kunnen per vrouw en per operatietechniek verschillen. Bijvoorbeeld door overgewicht, eerder doorgemaakte operaties of andere aandoeningen kan het risico op complicaties groter zijn. Daarom is het verstandig de mogelijke voor- en nadelen van de operatie goed met de arts te bespreken, zodat samen een weloverwogen keuze gemaakt kan worden.

Waar is een implantaat van gemaakt?
Bijna alle implantaten die worden gebruikt voor de behandeling van een verzakking, incontinentie, lies-, navel- of littekenbreuk zijn gemaakt van kunststof (polypropyleen). Dit is een kunststofmateriaal dat niet oplost. Omliggend weefsel vergroeit met het implantaat, waardoor nieuw steunweefsel ontstaat. Soms worden andere materialen gebruikt. Bijvoorbeeld oplosbare of biologische ‘mesh’. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de werkzaamheid en veiligheid daarvan zijn omstreden.

Kan een implantaat voor een verzakking u ziek maken?
Er zijn berichten in de media verschenen waarin gesuggereerd wordt dat het materiaal het afweersysteem kan verstoren en dat mensen hierdoor ziek kunnen worden. Over het afweer- of immuunsysteem is nog veel onbekend. Bij een auto-immuunziekte keert een normale afweerreactie zich tegen het lichaam. Klachten kunnen erg verschillen, maar u kunt daarbij denken aan vermoeidheid, malaise en pijn. Er zijn aanwijzingen dat niet menselijk materiaal de afweerreactie in het lichaam kan veranderen. Tot nu lieten grote onderzoeken bij implantaten echter geen verhoogd risico op auto-immuunziekten zien.

Welke afspraken en regels hebben de gynaecologen in Nederland afgesproken?
Nederland is één van de eerste landen waar gynaecologen in 2012 een standpunt over vaginale implantaten schreven. Deze normen zijn in de loop van de jaren steeds strenger geworden. Dit had een aantal effecten: (1) Er werden in Nederland minder implantaten gebruikt voor een eerste verzakkingsoperatie in vergelijking met sommige andere landen; (2) het aantal verzakkingsoperaties met implantaten daalde in Nederland sterk; en (3) de zorg werd steeds meer geconcentreerd in specialistische centra met meer ervaring. Ook werd al in een vroeg stadium overleg gepleegd met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de patiëntenorganisatie (Stichting Bekkenbodem4All).

In welke ziekenhuizen worden implantaten voor een verzakking ingebracht?
De Nederlandse gynaecologen hebben voor het gebruik van implantaten kwaliteitsnormen vastgelegd. Dit zijn bijvoorbeeld normen voor het ziekenhuis of de arts, maar kunnen ook gaan over de voorlichting, de registratie en het aantal controles na de operatie. Aan de hand daarvan zijn er nu een beperkt aantal ziekenhuizen waar nog implantaten via de schede worden ingebracht (link). In meer ziekenhuizen worden implantaten via de buik ingebracht. Vraag uw arts hoe zij met de normen omgaan.

Waar kan ik heen als ik klachten van een implantaat denk te hebben?
Hiervoor zijn meerdere mogelijkheden. Allereerst is het goed de klachten te bespreken met de arts die het implantaat heeft ingebracht. Uw huisarts of gynaecoloog kan u ook naar een expertisecentrum voor bekkenbodemproblemen verwijzen. Daarnaast hebben de gynaecologen sinds 2013 een hulplijn voor vrouwen die klachten hebben na het plaatsen van een implantaat. U kunt daarvoor bellen met 088-1344704. Als u belt wordt naar uw verhaal en ervaringen geluisterd en kan in overleg met u een afspraak bij een gespecialiseerd gynaecoloog worden gemaakt. Ook is meer informatie te vinden op de website van de patiëntenvereniging Bekkenbodem4all en de website van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl/onderwerpen/bekkenbodemmatjes).

Kan een implantaat verwijderd worden?
Ja, dat kan. Het is vaak een lastige beslissing, omdat hiervoor opnieuw een operatie nodig is en er vaak al een lange periode van klachten aan vooraf gaat. De resultaten verschillen van patiënt tot patiënt. Zo’n beslissing moet dan ook in goed overleg met uw arts worden genomen. Veel ziekenhuizen kunnen een klein stukje van het implantaat verwijderen als deze deels bloot ligt (‘exposure’). Het helemaal verwijderen van een vaginaal implantaat gebeurt in Nederland in het Amsterdam UMC. Daar is inmiddels ruime ervaring mee opgedaan en 7 op de 10 vrouwen (70%) die het implantaat vanwege klachten liet verwijderen, gaven daarna verbetering aan. Een implantaat dat via de buik is ingebracht, is iets makkelijker te verwijderen. Als dit bij u wordt overwogen, vraag uw arts dan naar zijn/haar ervaring daarmee.

Verdere informatie:

 

 

Meer nieuws