Er is iets foutgegaan!

Geen onderwerp gevonden met dit ID.

In het kort

  • Bij een ruggenprik krijg je een pijnstiller in je rug via een slangetje.
  • Daardoor voel je de pijn van de weeën niet of bijna niet meer.
  • Je krijgt een ruggenprik in het ziekenhuis.
  • Van alle behandelingen helpt een ruggenprik het beste bij pijn tijdens de bevalling.
  • Je kunt meestal niet meer rondlopen.
  • Je kunt bijwerkingen krijgen, zoals een lage bloeddruk of jeuk.
  • In sommige situaties kan er geen ruggenprik worden gegeven. Bespreek dit met de arts.

Hoe werkt een ruggenprik?

De arts die de ruggenprik zet (de anesthesioloog) brengt met een naald een slangetje in je onderrug.
De pijnstiller komt via het slangetje in de ruimte rondom je ruggenmerg. Hier zijn zenuwen waarmee je pijn voelt in je baarmoeder en bekkenbodem. Als deze zenuwen worden verdoofd, voel je de pijn van de weeën niet of bijna niet meer.

In de ruimte tussen je wervels zitten ook zenuwen die de spieren in je onderlichaam sturen. Bij een ruggenprik voor bevallingen heb je soms een tijdje minder spierkracht in je onderlichaam. Je kunt je benen wel nog gewoon bewegen.
Dit is anders dan bij een ruggenprik voor bijvoorbeeld operaties. Hierbij kun je je benen een tijdje helemaal niet bewegen.

Het verschilt per ziekenhuis op welke manier je de pijnstilling krijgt:

  • De hele tijd: er gaat de hele tijd automatisch een hoeveelheid pijnstiller door het slangetje naar je rug. Zo nodig kan een arts wat extra geven.
  • Wanneer je het zelf wilt: je kunt zelf kiezen wanneer je pijnstiller wilt. Je drukt dan op een knop. Er zit een maximum op. Je kunt jezelf niet te veel geven.
  • Op vaste tijden: er gaat op vaste tijden (bijvoorbeeld om de 50 minuten) een hoeveelheid pijnstiller door het slangetje naar je rug. Zo nodig kun je jezelf wat extra geven door op een knop te drukken.

Je kunt een ruggenprik krijgen in elk ziekenhuis. Vertel je arts of verloskundige als je een ruggenprik wilt of erover nadenkt. Meestal kan de arts die ruggenprikken geeft binnen 1 uur bij je zijn.

Wil je weten hoe het bij jou in de buurt is geregeld? Vraag je arts of verloskundige waar je informatie kan vinden over de ruggenprik bij jou in de buurt.

Hoe krijg je een ruggenprik?

Een ruggenprik kan alleen in het ziekenhuis.

Als je een ruggenprik krijgt, moet je eerst je rug bol maken. Zo moet je een paar minuten zo stil mogelijk zitten, ook als je een wee krijgt.
De arts maakt je huid schoon en geeft je eerst een kleine prik, met verdoving voor de huid.

Als de huid verdoofd is, dan zet de arts de ruggenprik in je rug. Je maakt je rug zo bol als je kunt. Hierdoor kan de arts beter met de naald tussen je wervels door. Vaak lukt het in één keer. Soms is het nodig om vaker te prikken.
De arts brengt door de naald een slangetje in je rug. Daarna haalt hij of zij de naald eruit en plakt het slangetje vast aan je rug.
De pijnstiller kan dan door het slangetje je rug in.

Wat gebeurt er na de ruggenprik?

Als je de ruggenprik hebt gehad, sluit de arts het slangetje aan op een pompje. Het pompje zorgt ervoor dat de pijnstiller door het slangetje naar je rug gaat.
Na 5 minuten begint de pijnstiller te werken. Na 15 tot 20 minuten werkt de pijnstiller het best.

De verpleegkundige controleert regelmatig je bloeddruk en de hartslag van je baby.
Je kunt een lage bloeddruk krijgen. Het kan zijn dat de hartslag van je baby dan langzamer wordt. Je krijgt dan meer vocht via het infuus en als het nodig is een medicijn om je bloeddruk weer normaal te maken.

De verdoving kan er ook voor zorgen dat je niet meer voelt of je moet plassen. Je krijgt dan soms een slangetje naar je blaas (dit heet een katheter). Via dit slangetje leegt je blaas zich vanzelf.

Als de ruggenprik werkt, voel je geen of bijna geen pijn meer. Soms komt de pijn na een aantal uren toch weer een beetje terug. Je kunt dan extra pijnstilling krijgen via het slangetje in je rug.

Wat zijn de voordelen van de ruggenprik?

  • Van alle behandelingen helpt een ruggenprik het beste bij pijn tijdens de bevalling.
  • Je wordt niet suf van de ruggenprik. 
  • Je kunt het gebruiken voor een lange periode.
  • Als er een keizersnede nodig is, kun je via het slangetje in je rug makkelijk extra verdoving krijgen.

Wat zijn de mogelijke nadelen en bijwerkingen van de ruggenprik?

  • Het kan even duren voordat er een arts die de ruggenprik kan zetten tijd heeft. De ruggenprik is dus niet geschikt als de bevalling al heel ver is.
  • Je moet naar het ziekenhuis, dus iemand anders dan je eigen verloskundige begeleidt de bevalling. Je eigen verloskundige mag er wel bij zijn, als je dat wilt.
  • Er zijn apparaten en hulpmiddelen nodig: infuus, zuurstofmeting, bloeddrukmeting, blaaskatheter, hartslagmeter voor je baby (CTG).
  • De meeste vrouwen met een ruggenprik kunnen niet rondlopen. Heel soms is het wel mogelijk als iemand erbij is om je te ondersteunen. Vraag het na bij je arts of verloskundige.
  • Je kunt niet in bad of onder de douche.
  • Je hebt iets meer kans op koorts dan bij een bevalling zonder ruggenprik.
    • Als je koorts krijgt, krijg je meestal medicijnen (antibiotica).
    • Als je koorts krijgt, krijgt je baby na de geboorte soms ook medicijnen. De kinderarts controleert je baby dan minstens 24 uur. Jullie moeten in het ziekenhuis blijven.
  • Het kan zijn dat je bloeddruk lager wordt als je de ruggenprik hebt gekregen. Je kunt dan duizelig en misselijk worden. De hartslag van je baby kan langzamer worden. Je krijgt dan vocht en medicijnen via je infuus.
  • Je kunt jeuk krijgen.
  • Het persen duurt gemiddeld 15 minuten langer dan bij een bevalling zonder ruggenprik.
  • De kans op een bevalling met een zuignap (vacuümpomp) is iets groter dan bij een bevalling zonder ruggenprik. De arts zet dan een zuignap op het hoofdje van je baby. Als je perst, trekt de arts aan de zuignap om te helpen de baby geboren te laten worden.
  • Als de arts per ongeluk iets te diep prikt, dan kun je de volgende dag heftige hoofdpijn krijgen. Dit is vervelend maar niet gevaarlijk. Het komt niet zo vaak voor.
  • Er kan een ernstig probleem ontstaan door de ruggenprik. Zoals een ontsteking van het hersenvlies, een bult met pus (abces) of een bloeding in de wervelkolom. Dit komt bijna nooit voor.

De kans op een keizersnede is even groot als bij een bevalling zonder ruggenprik.

Wanneer mag je geen ruggenprik?

In sommige gevallen is het belangrijk dat je met een specialist (de anesthesioloog) bespreekt of een ruggenprik geschikt is voor jou.

Een ruggenprik is soms niet geschikt:

  • bij sommige bloedingsproblemen (als je bloed niet goed stolt)
  • bij sommige zenuwziektes
  • bij sommige problemen met de wervelkolom

Vertel het aan je arts of verloskundige als je een ruggenprik wilt en je hebt een van deze problemen. Hij of zij stuurt je door naar de arts die verdovingen zet. Die kan bepalen of een ruggenprik geschikt is voor jou.

Meer informatie over behandeling van pijn tijdens de bevalling

We hebben de teksten over omgaan met pijn bij de bevalling gemaakt met:

De informatie is goedgekeurd door het NHG, de NVOG, de NVA, de KNOV, de Patiëntenfederatie (waaronder Stichting Kind en Ziekenhuis), Stichting ZelfbewustZwanger en Stichting Bevallingstrauma.

Wat andere mensen vinden van een ziekenhuis of arts: Zorgkaartnederland.nl.

Meer onderwerpen