Door problemen met de bekkenbodem kunnen er verschillende klachten ontstaan die te maken hebben met plassen, zoals
- urineverlies bij bepaalde activiteiten, zoals hoesten, springen en opstaan
- urineverlies doordat je je plas niet goed kunt ophouden (incontinentie)
- urineverlies direct nadat je geplast hebt, omdat je blaas niet helemaal is geleegd
- niet goed kunnen uitplassen
- constant aandrang hebben
- heel vaak moeten plassen
- blaasontsteking
Het soort klacht en de ernst van de klacht kan per vrouw verschillen en is afhankelijk van het type probleem wat je hebt met de bekkenbodem.
Stressincontinentie
Je kunt last hebben van urineverlies wanneer je bijvoorbeeld niest, iets optilt, sport of snel opstaat. Dit noem je stressincontinentie of inspanningsincontinentie. Door niezen, tillen of snel opstaan, ontstaat er plots veel druk in de buikholte en daarmee op de blaas. Wanneer de bekkenbodemspieren niet goed hun werk doen, kan het zijn dat je door deze plotselinge druk ongewenst urine verliest.
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij dit soort klachten. Je kunt met bekkenfysiotherapie de bekkenbodemspieren trainen. Ook kun je een operatie ondergaan waarbij de bekkenbodemspieren worden hersteld. De Stressincontinentie keuzehulp op de website van ZorgKeuzeLab helpt je bij jouw keuze. Met deze keuzehulp kun je het gesprek met jouw dokter goed voorbereiden. Zo kiezen jullie samen de behandeling die het beste bij jou past.
Aandrangincontinentie
Aandrangincontinentie betekent dat je heel plotseling aandrang krijgt om te moeten plassen. Dit noem je ook wel urge-incontinentie. Deze aandrang komt plots op en is zo sterk dat het voor kan komen dat je niet op tijd bij een toilet bent. De aandrang om te moeten plassen, kan opkomen doordat je bijvoorbeeld stromend water hoort of een deur opent. Je associeert deze geluiden met plassen en kunt het niet meer ophouden.
Als je hiervan last hebt, kun je bekkenfysiotherapie volgen om de bekkenbodemspieren meer te trainen. Je kunt ook medicijnen gebruiken die deze aandrang in toom houden, bijvoorbeeld Vesicare of Betmiga. Medicijnen tegen aandrangincontinentie maken de blaasspier rustiger. Hierdoor kun je het plassen beter uitstellen en beter de blaas leeg plassen. Hoe goed deze medicijnen werken, wisselt per persoon. Je moet het medicijn tenminste zes weken slikken om te weten of het voor jou werkt. Bij sommige mensen werkt het medicijn erg goed en bij anderen helemaal niet. De meest voorkomende bijwerking van deze medicijnen is dat je last kunt krijgen van een droge mond.
Gemengde incontinentie voor urine
Bij gemengde incontinentie heb je last van stressincontinentie en aandrangincontinentie. Ook bij een combinatie van deze twee soorten incontinentie kan bekkenfysiotherapie of medicatie helpen. Medicijnen tegen aandrangincontinentie maken de blaasspier rustiger waardoor je het plassen beter kunt uitstellen en de blaas beter leeg kunt plassen. Een voorbeeld van deze medicijnen zijn Vesicare of Betmiga. De werkzaamheid van deze medicijnen wisselt per persoon. Bij sommige mensen werkt het medicijn erg goed en bij anderen helemaal niet. Je moet het medicijn tenminste zes weken slikken om te weten of het voor jou werkt. De meest voorkomende bijwerking van deze medicijnen is dat je last kunt krijgen van een droge mond.
Overactieve blaas
Als je heel vaak aandrang hebt om te moeten plassen, kan het dat je last hebt van een overactieve blaas. Bij een overactieve blaas geeft de blaas te snel een signaaltje dat je moet plassen, terwijl de blaas niet helemaal vol is. Dit kan ervoor zorgen dat je vaak kleine beetjes plast. Een overactieve blaas kan samengaan met ongewenst urineverlies, maar dit is niet altijd zo.
Als behandeling van een overactieve blaas kun je blaastraining krijgen. Bij blaastraining krijg je oefeningen om het plassen uit te stellen. Ook is het mogelijk om medicijnen te krijgen die de overprikkelde blaas iets ontspannen. Een voorbeeld van deze medicijnen zijn Vesicare of Betmiga. De werkzaamheid van deze medicijnen wisselt per persoon. Bij sommige mensen werkt het medicijn erg goed en bij anderen helemaal niet. Je moet het medicijn tenminste zes weken slikken om te weten of het voor jou werkt. De meest voorkomende bijwerking van deze medicijnen is dat je last kunt krijgen van een droge mond.
Ledigingsstoornis voor urine
Wanneer je plast, wordt dit ook wel ‘het ledigen van de blaas’ genoemd. Dit betekent dat je de blaas helemaal leeg maakt van urine door het uit te plassen. Het kan voorkomen dat je niet goed alle urine uit plast en er dus urine achterblijft in de blaas. Dan wordt er gesproken van een ledigingsstoornis voor urine. Als je last hebt van een ledigingsstoornis kan het voorkomen dat je urineverlies hebt wanneer je bijvoorbeeld opstaat van het toilet na het plassen. In andere gevallen lukt het soms helemaal niet meer om te plassen.
Er zijn verschillende oorzaken voor een ledigingsstoornis
- een te gespannen bekkenbodem
- een verkeerde plastechniek
Een bekkenfysiotherapeut kan helpen. Een bekkenfysiotherapeut kan je leren om ontspannen te plassen en de blaas echt leeg te maken. Ook een voorwandverzakking kan reden zijn voor een ledigingsstoornis. Bij een voorwandverzakking kan een ring of operatie tegen de verzakking helpen.
Overloopblaas
Wanneer er problemen zijn met de afsluitspier en de blaasspier kan het zijn dat je last krijgt van een overloopblaas. Dit betekent dat de blaas overvol is. Bij een overloopblaas kun je ook last hebben van ongewenst urineverlies.
Als je last hebt van een overloopblaas kun je hiervoor bekkenfysiotherapie krijgen. Tijdens deze bekkenfysiotherapie leer je in welke houding(en) je kunt plassen. Ook kan de bekkenfysiotherapeut je helpen met het plassen op vaste tijden om een overloopblaas te voorkomen. Als een grote verzakking de oorzaak is van je overloopblaas kan een ring of operatie helpen.
Wanneer de blaasspier en afsluitspier niet meer goed werken en de blaas te vol wordt, kan een katheter nodig zijn. Dit is een plastic buisje dat via de plasbuis in de blaas wordt gebracht. Een verblijfskatheter blijft langere tijd (dagen tot weken) in de blaas zitten. Er zit een zakje aan om de urine op te vangen. Dit zakje kun je regelmatig legen. De arts kan je ook adviseren om een aantal keer per dag zelf de blaas leeg te maken met een katheter. Dit heet intermitterend katheteriseren. Een verpleegkundige leert je hoe dit werkt.