Essure-veertjes: klachten en laten verwijderen

In het kort

Essure-veertjes werden vroeger gebruikt voor sterilisatie. Sinds 2017 worden deze veertjes in Nederland niet meer verkocht en gebruikt voor sterilisaties.

Er zijn tussen 2003 en 2017 25.000 tot 30.000 vrouwen met Essure veertjes gesteriliseerd. Sommige vrouwen hebben klachten die mogelijk door de veertjes zijn ontstaan. Steeds meer vrouwen hebben daarom aan gynaecologen gevraagd om de veertjes te verwijderen.

Op deze pagina lees je

  • Wat is een Essure-sterilisatie?
  • Welke klachten kun je ervaren van de veertjes?
  • Wat zijn de oorzaken van problemen met de veertjes?
  • Wat kun je verwachten van de operatie?
  • Wat zijn de risico’s van de operatie?
  • Welke onderzoeken worden er uitgevoerd?
  • Als je kiest voor een operatie
  • Hoe gaat de operatie?
  • Hoe verloopt het herstel?
  • Wanneer moet je contact opnemen?
  • Wil je meer weten?

Wat is een Essure-sterilisatie?

Essure veertjes werden  van 2003 tot 2017 in Nederland gebruikt voor sterilisatie. Bij een Essure-sterilisatie bracht de gynaecoloog via de baarmoeder een kijkbuis in en plaatste kleine metalen veertjes in de eileiders. Hierdoor kan het zaad niet meer bij de eicel komen. De veertjes zijn gemaakt van roestvrijstaal, nikkel, titanium of polyester. Na het plaatsen van de veertjes, groeien de eileiders binnen drie maanden dicht.  De veertjes die gebruikt werden voor deze sterilisatiemethode zijn van het merk Essure.

Sinds 2017 worden Essure-veertjes niet meer verkocht in Nederland en gebruikt voor nieuwe sterilisaties. Sinds 2018 worden de Essure veertjes ook in andere landen niet meer verkocht.

Welke klachten kun je hebben?

Sommige vrouwen krijgen klachten na het plaatsen van de veertjes, zoals

  • pijn
  • menstruatieproblemen
  • huidirritatie
  • gewrichtsklachten
  • gewichtsschommelingen
  • stemmingswisselingen.

Het is niet altijd duidelijk of deze klachten door de Essure-veertjes komen. Klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben. Heb je klachten en denk je dat deze misschien door de Essure-veertjes komen? Bespreek dit dan met je huisarts of gynaecoloog.

Waardoor kunnen klachten ontstaan?

Het is niet altijd duidelijk waardoor klachten bij vrouwen met Essure-veertjes ontstaan. Klachten kunnen door de veertjes komen, maar kunnen ook een andere oorzaak hebben.

Sommige vrouwen hebben klachten die passen bij een allergische reactie. De Essure-veertjes bevatten  nikkel. Uit onderzoek van het RIVM blijkt geen duidelijk verband tussen nikkelallergie en de gezondheidsklachten die vrouwen met Essure-veertjes hebben gemeld. Lees meer over het onderzoek naar Essure-veertjes op de website van het RIVM.

Soms kan een Essure-veertje niet op de goede plaats zitten of van plaats zijn veranderd. De gynaecoloog kan onderzoeken waar de veertjes zitten en of er misschien een andere oorzaak voor je klachten is.

 

Wat kun je verwachten van de operatie waarbij de Essure veertjes worden verwijderd?

Helaas weten we nog weinig van het effect van het verwijderen van de veertjes. Veel vrouwen zijn opgelucht als ze de veertjes hebben laten verwijderen en hebben daarna minder klachten. Het is niet mogelijk van tevoren te voorspellen bij wie de klachten na de operatie verdwijnen en bij wie de klachten  aanwezig blijven of na een tijdje weer terug komen.

Ook is het onbekend of er sprake is van een placebo-effect na het verwijderen van de veertjes waardoor vrouwen zich beter voelen.

Wat zijn de risico’s van de operatie?

De volgende complicaties of problemen kunnen bij het verwijderen van de veertjes voorkomen

  • problemen of complicaties door de narcose
  • beschadiging van darmen, blaas of bloedvaten
  • infecties
  • het niet lukken van de operatie of moeilijke operatie

Beschadiging darm, blaas, bloedvat

Tijdens de operatie kan de gynaecoloog met het inbrengen van de instrumenten je darmen, blaas of bloedvaten beschadigen. Dit gebeurt bij minder dan 1% van de vrouwen. Als dat nodig is, krijg je een uitgebreidere buikoperatie. Je herstel duurt dan langer. Soms is pas na de operatie duidelijk dat er een probleem is. Je krijgt advies over wanneer je contact moet opnemen.

Niet lukken van de operatie of een moeilijke operatie

Als je verklevingen hebt, kan de operatie moeilijk zijn. Verklevingen kunnen zijn ontstaan tijdens een eerdere operatie in de buik. Of bijvoorbeeld na een ontsteking aan de eileiders (zoals bij een SOA) of in de buik (zoals bij een blindedarmontsteking). Ook bij overgewicht kan het lastig zijn om de instrumenten in te brengen. De gynaecoloog kan dan de opening bij de navel iets groter maken. Als het zo ook niet lukt om te opereren, kan de gynaecoloog een snee maken net boven het schaamhaar. De operatie wordt dan via deze snee uitgevoerd (open buik operatie). De gynaecoloog vraagt je voor de operatie of je dit goed vindt.

Veel overgewicht maakt het ook lastiger om je onder narcose te brengen. De anesthesist die een gezondheidscheck doet voordat de operatie wordt gepland, kan je hier meer over vertellen.

Als een puntje van het Essure-veertje in de baarmoederwand is ingegroeid, moet de gynaecoloog een stukje van de wand weghalen. Het is de vraag wat meer problemen geeft: het kleine stukje van het veertje (dat nauwelijks met het blote oog te zien is) in de baarmoeder laten zitten of het verwijderen van een stukje van de baarmoederwand. Voorafgaand aan de operatie bespreek je met de gynaecoloog wat je wilt laten doen als er bij jou een klein stukje van het veertje in de baarmoederwand is ingegroeid.

Welke onderzoeken worden er uitgevoerd?

Als je overweegt om de veertjes te laten verwijderen krijg je een afspraak bij de gynaecoloog. De gynaecoloog luistert goed naar je klachten en beoordeelt welke gevolgen ze voor je hebben. Zij/hij zal een aantal onderzoeken uitvoeren en je vragen stellen.

Andere oorzaak dan veertjes

Soms is een andere oorzaak voor de klachten waarschijnlijker. Heb je bijvoorbeeld in het verleden baarmoederslijmvlies laten weghalen vanwege menstruatieproblemen? Dan kan een deel van het slijmvlies weer actief zijn geworden. Dit kan menstruatie-achtige pijn geven.

Echo via de vagina

De gynaecoloog stelt voor om een echo te doen om te kijken of de veertjes goed zitten. Daarnaast kan de gynaecoloog de baarmoeder en eierstokken beoordelen. Mogelijk zijn er andere oorzaken die klachten kunnen geven.

Röntgenfoto

Met een röntgenfoto van het bekken kan de gynaecoloog zien waar de veertjes zitten. Dit wordt gedaan als de plaatsing van veertjes moeilijk ging of wanneer ze op de echo niet goed zichtbaar zijn.

Gesprek met gynaecoloog

Bespreek met je gynaecoloog wat in jouw situatie de voor- en nadelen zijn van het verwijderen van de veertjes. Je probeert samen in te schatten welke klachten mogelijk het gevolg zijn van de veertjes. Hoe erg zijn deze klachten voor jou en wat zijn de risico’s van een operatie? Hoe belangrijk vind je het om er zeker van te zijn dat de veertjes je geen problemen (meer) geven? Heb je daar een operatie voor over, ook als het resultaat niet zeker is? Daarbij weet je ook niet of je misschien  klachten krijgt van de operatie. Voor veel vrouwen is het een moeilijke beslissing omdat er veel vraagtekens zijn. De gynaecoloog helpt je om een beslissing te maken die bij jou past.

Als je kiest voor een operatie

Een buikoperatie?

Je bespreekt met je gynaecoloog wat zij/hij kan en mag doen als de kijkoperatie niet lukt. Wil je dan een snede in de buik (bikinisnede) waardoor het mogelijk wel lukt?

Een stukje van de baarmoederwand verwijderen?

Stel dat een klein stukje van het veertje is ingegroeid in de baarmoeder dat voor het blote oog bijna niet zichtbaar is. Laat je dan een stukje van de baarmoeder verwijderen? Dit kan een lastige afweging zijn. Het is de vraag of dit meer klachten geeft dan wanneer je het laat zitten.

Wie doet de operatie?

Gynaecologen kunnen een cursus doen voor het verwijderen van Essure-veertjes. Je kunt vragen of jouw gynaecoloog deze cursus heeft gedaan. Mogelijk ken je de gynaecoloog nog niet die bij jou de operatie doet. Als je dat een bezwaar vindt, kun je een aparte afspraak maken op de polikliniek om vooraf kennis te maken.

Adviezen eigen ziekenhuis

Van je eigen ziekenhuis krijg je verder informatie over plaats en tijd. Verder krijg je informatie over de narcose en advies vanaf wanneer je nuchter moet zijn voor de operatie en dus niet mag eten of drinken.

Hoe gaat de operatie: stap voor stap?

De opname

Je bent opgenomen op een dagafdeling. De operatie zelf duurt ongeveer een uur als het eenvoudig is. Meestal verblijf je ongeveer een dagdeel in het ziekenhuis. Een verpleegkundige legt je uit wat er gaat gebeuren en doet controles. Zij/hij brengt je eerst naar de ontvangstruimte van de operatieafdeling. Je krijgt een infuus en bewakingsapparatuur aangelegd.

Operatiekamer

Op de operatiekamer zie je de gynaecoloog die de operatie doet. Het team dat voor je zorgt op de operatiekamer neemt nog eenmaal alle gegevens door. Dan krijg je de narcose. Via het infuus krijg je slaapmedicatie. Je blaas wordt met een katheter leeggemaakt.

Hysteroscopie

De gynaecoloog brengt een dunne buis met camera in de vagina. Dit heet ook wel een hysteroscopie. Als de baarmoedermond te zien is, wordt de buis verder in de baarmoeder geschoven. Via deze buis komt er vloeistof in de baarmoeder waardoor deze een beetje uitzet. Nu kan de gynaecoloog de binnenkant van je baarmoeder op een beeldscherm zien. Als de veertjes uitsteken aan de binnenkant van de baarmoeder, dan kunnen de puntjes met een instrument worden verwijderd.

Laparoscopie

Hierna maakt de gynaecoloog in de onderrand van de navel een sneetje van ongeveer één centimeter. Via dit sneetje brengt zij/hij een kijkbuis met camera in. Dit heet ook wel een laparoscopie. Je krijgt gas in je buik. Zo ontstaat er ruimte om je baarmoeder, eierstokken en eileiders heen. Je krijgt een tweede en een derde sneetje. De gynaecoloog brengt hierdoor de instrumenten in om de eileiders te verwijderen. Daarna verwijdert de gynaecoloog de instrumenten en laat het gas uit je buik lopen. De gynaecoloog of een assistent hecht de wondjes.

Uitslaapkamer

Na de operatie verblijf je op de uitslaapkamer. Als de controles goed zijn, brengt de verpleegkundige je weer naar de afdeling. De verpleegkundige doet regelmatig controles en informeert hoe het met je gaat. Je krijgt pijnstilling via het infuus.

Naar huis

Meestal kun je na een paar uur weer naar huis. Soms is het beter om een nacht in het ziekenhuis te blijven. Bijvoorbeeld als je erg misselijk blijft of veel pijn hebt. Soms adviseert de gynaecoloog om een nacht te blijven als de operatie lastig was. Je kunt niet zelf autorijden. Je krijgt informatie over de verzorging van de wondjes en hechtingen.

Hoe verloopt het herstel?

Pijn

De pijn vermindert meestal de eerste uren na de operatie. Sommige vrouwen hebben nog een paar dagen last. Zo nodig kun je pijnstillers nemen. Je kunt last hebben van schouderpijn. Dit komt door het gas dat tijdens de operatie in de buik is gestopt. Het gas kan het middenrif prikkelen en dat voel je als schouderpijn. Deze pijn verdwijnt meestal dezelfde dag.

Wondjes

De wondjes in je buik zijn meestal gehecht. Met de hechtingen kun je gewoon douchen of in bad gaan. Meestal krijg je oplosbare hechtingen die vanzelf weggaan. Als ze irriteren, mag je ze na vijf dagen (laten) verwijderen. Mogelijk heb je hechtingen die onder de huid zijn gelegd en geknoopt. Dan zie je de hechtingen niet. Dit zijn oplosbare hechtingen.

Herstel

Iedereen herstelt anders. Geef jezelf de tijd om op te knappen. Je mag naar eigen inzicht activiteiten oppakken. Houd er rekening mee dat je de eerste week na de operatie nog niet veel kunt doen. Meestal kun je na twee tot vier weken weer werken, maar het herstel kan ook langer duren.

Wanneer moet je contact opnemen?

Neem direct contact op als je

  • steeds meer buikpijn krijgt
  • koorts hebt (38 graden Celsius of hoger)

Bij een kijkoperatie in de buik kan ongemerkt je darm beschadigd zijn. Je krijgt dan binnen enkele dagen steeds meer buikpijn en vaak ook koorts. Het gebeurt zelden, maar het is belangrijk dat je in zo’n geval op tijd contact opneemt met het ziekenhuis.

Wil je meer weten?

Verantwoording

Deze tekst is gemaakt door de Commissie Patiëntencommunicatie van de NVOG.

Publicatiejaar: 2026

Vond je deze informatie nuttig?