Trofoblastziekten

In het kort

Trofoblastziekten is een groep ziektebeelden die ontstaat in de placenta (trofoblast/moederkoek). De placenta bestaat uit trofoblastcellen. Het gevaar bestaat dat de trofoblastcellen zich verspreiden naar andere organen waar zij verder groeien.

Op deze pagina lees je meer over

  • Wat zijn trofoblastzieken?
  • Symptomen
  • Risicofactoren
  • Onderzoek en diagnose
  • Behandeling
  • Nacontrole en zorg
  • Gevolgen
  • Wilt u meer weten?

Cijfers over trofoblastziekten

In Nederland komen per jaar zo’n 200-240 molazwangerschappen voor. Dit is ongeveer 1 op de 2.000 zwangerschappen. Bij ongeveer 15 % van de molazwangerschappen daalt het zwangerschapshormoon niet spontaan en ontwikkelt zich een persisterende trofoblastziekte. Per jaar krijgen zo’n 9 vrouwen een choriocarcinoom. De meeste van hen zijn tussen de 30 en 50 jaar oud.

Wat zijn trofoblastziekten?

Trofoblastziekten is een verzamelnaam voor o.a. de volgende aandoeningen: een complete of partiële (gedeeltelijke) molazwangerschap, persisterende trofoblastziekte, een choriocarcinoom en een Placental Site Trophoblastic Tumor (PSTT).

Molazwangerschap

Het woord mola is afkomstig uit het Latijn, en betekent ‘massa. Door een onjuiste celdeling kan de embryo zich niet ontwikkelen. Er ontstaan blaasjes die lijken op een druiventros. Een molazwangerschap kan compleet zijn en dan is er geen foetus aanwezig. Bij een partiële molazwangerschap is er vaak wel een foetus naast het molaweefsel.

Complete molazwangerschap

Bij de complete molazwangerschap zijn alle chromosomen in de cel afkomstig van de vader. Het erfelijk materiaal van de moeder wordt uitgestoten vlak voor of na de bevruchting.

Partiële molazwangerschap

Bij de partiële (gedeeltelijke) molazwangerschap zijn er teveel chromosomen van de vader, maar zijn er ook moederlijke chromosomen in de cel aanwezig. Hierdoor is bij de partiële molazwangerschap de hoeveelheid genetisch materiaal in de cel verhoogd.
Bij een partiële molazwangerschap is er een niet levensvatbare vrucht aanwezig.

Persisterende trofoblastziekte (Gestational Trophoblastic Neoplasia)

Een normale cel van de placenta (trofoblastcel) maakt het zwangerschapshormoon hCG (humaan choriogonadotrofine) aan. Bij molazwangerschappen wordt er meestal extra veel hCG geproduceerd.

Als na een molazwangerschap de hCG-concentratie in het bloed ondanks een vacuümcurettage niet vanzelf  daalt, wordt gesproken van een persisterende trofoblastziekte. Zo’n persisterende trofoblastziekte treedt bij ongeveer 15% van de molazwangerschappen op.
Een persisterende trofoblastziekte kan op grond van weefselonderzoek niet worden voorspeld. Door het doen van wekelijkse hCG-bepalingen, kan tijdig persisteren van de trofoblast worden gesignaleerd. Het hCG blijft dan gedurende meerdere weken op eenzelfde niveau of stijgt.

Choriocarcinoom

Choriocarcinomen kunnen ontstaan na een molazwangerschap, maar ook na een voldragen zwangerschap, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een spontane miskraam of een zwangerschapsafbreking. Een choriocarcinoom is een kwaadaardige aandoening van  trofoblastcellen en gedraagt zich als een persisterende trofoblastziekte en wordt hetzelfde behandeld. Het choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap is zeldzaam en komt 1 maal per 30.000 bevallingen voor. Het kan lastig zijn om de diagnose tijdig te stellen omdat bijpassende klachten, zoals bloedverlies, vaak na een bevalling optreden. Bloedverlies 6 weken na de bevalling, is een reden om door een gynaecoloog onderzocht te worden.

Patiënten met een choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap genezen meestal niet altijd met de standaard medicijnen. Behandeling met een combinatie van verschillende soorten chemotherapie is dan nodig. Deze patiënten worden in een derdelijns centrum behandeld.

Placental Site Trophoblastic Tumor (PSTT) en Epitheloid Trophoblastic Tumor (ETT)

Dit zijn zeldzame afwijkingen, waarvan er in Nederland hooguit 1 of 2 per jaar voorkomen.

Symptomen

Vrouwen met een molazwangerschap hebben vaak:

  • Bloedverlies
  • Meer last van zwangerschapsklachten, zoals misselijkheid en braken
  • Soms een te snel werkende schildklier

Een molazwangerschap wordt vaak al vroeg in de zwangerschap ontdekt. De meeste vrouwen hebben dan nog geen hevige klachten.

Risicofactoren

Risicofactoren voor een molazwangerschap zijn:

  • leeftijd boven de 40 jaar
  • voeding
  • ras (in Azië worden meer vrouwen met een molazwangerschap gezien).

Risicofactoren voor een persisterende trofoblastziekte zijn:

  • mogelijk leeftijd boven de 40 jaar
  • grote baarmoeder/veel molaweefsel in de baarmoeder
  • onvolledige verwijdering van de molazwangerschap

Risicofactoren voor een choriocarcinoom zijn:

  • voldragen zwangerschap en complete molazwangerschap

Onderzoek en diagnose

Lichamelijk onderzoek

Bij een vermoeden van een molazwangerschap doet de arts of verloskundige een uitwendig onderzoek. Hij/zij voelt hoe groot de baarmoeder is. Soms doet de arts ook een inwendig onderzoek, om te kijken of er afwijkingen zijn in bijvoorbeeld de vagina en de baarmoedermond.

Echografie

Met een inwendige echografie via de vagina worden de baarmoeder en de eierstokken in beeld gebracht. Hierbij kan de arts kijken of de moederkoek kenmerken van een molazwangerschap heeft en of er andere afwijkingen zijn.

Laboratoriumonderzoek

Bij verdenking op een molazwangerschap wordt bloedonderzoek gedaan. Daarbij wordt onder andere de concentratie van het hCG (humaan choriogonadotrofine)in het bloed bepaald.

X-thorax, CT-scan en MRI-scan

Bij de diagnose persisterende trofoblastziekte doet de arts aanvullende onderzoeken. Hiermee kan hij/zij bepalen hoe uitgebreid de ziekte is en of er uitzaaiingen zijn. U kunt een of meer van de volgende onderzoeken krijgen:

  • longfoto (X-thorax)
  • CT-scan
  • MRI-scan

Hoog- of laagrisico trofoblastziekten

Afhankelijk van verschillende factoren, zoals de duur tussen de laatste zwangerschap en het ontdekken van de persisterende trofoblastziekte, wordt er gesproken over een hoog- of laagrisico persisterende trofoblastziekte. Hiervoor wordt een score berekend die gebaseerd is op de volgende punten:

  • voorafgaande zwangerschap
  • eerdere chemotherapie
  • interval van einde zwangerschap tot begin behandeling
  • uitzaaiingen en locatie hiervan

Met deze indeling schat de arts in of er een laag of hoogrisico is op een succesvolle behandeling met 1 medicijn of dat meerdere vormen van chemotherapie nodig zijn.

Behandeling

De behandeling bij trofoblastziekten kan bestaan uit:

  • curettage
  • operatie
  • chemotherapie

Trofoblastziekten zijn zeldzaam. Nederland heeft een aantal erkende gynaecologische-oncologische centra waar u terecht kunt voor de behandeling van trofoblastziekten.

Curettage

Bij een complete en bij een partiële molazwangerschap krijgt u als behandeling een curettage. Met een zuigbuis wordt de baarmoeder leeggezogen. Daarvoor wordt eerst de baarmoedermond opgerekt. U krijgt de curettage onder algehele narcose. Tijdens de curettage wordt een echo gemaakt.
Het bij de curettage verkregen weefsel wordt naar een patholoog opgestuurd, die de uiteindelijke diagnose molazwangerschap kan stellen.

Als er sprake is van een molazwangerschap, wordt wekelijks het hCG-gehalte (humaan choriogonadotrofine) in het bloed bepaald totdat dit een normaal niveau heeft.

Nadat het zwangerschapshormoon op een normaal niveau is, is een nieuwe zwangerschap volgens de nieuwe richtlijn toegestaan. De kans op het terugkeren van een molazwangerschap nadat het zwangerschapshormoon is genormaliseerd, is namelijk klein (<1%).

Een persisterende trofoblastziekte moet in de regel met chemotherapie worden behandeld. Soms kan een tweede keer een curettage worden gedaan omdat hierna nog een kans is dat het hCG spontaan normaliseert.

Operatie

Bent u ouder dan 40 jaar en heeft u geen kinderwens meer, dan kan de arts adviseren om de baarmoeder te verwijderen. Dit is een grotere ingreep dan een curettage. Wel bestaat dan nog steeds de noodzaak van nauwkeurige controle van het hCG-gehalte.

Chemotherapie

Persisterende trofoblastziekte wordt behandeld met chemotherapie. Om te bepalen welke (combinatie van) chemotherapie moet worden gebruikt, worden patiënten ingedeeld in een hoog- en laagrisico categorie.
Bij een laag risico krijgt u chemotherapie met 1 medicijn. Bij hoog risico krijgt u een combinatie van verschillende soorten chemotherapie.

De behandeling van een choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap bestaat meestal ook uit een combinatie van verschillende soorten chemotherapie.

Chemotherapie kan de volgende bijwerkingen geven: haaruitval, misselijkheid en overgeven, darmklachten, verhoogd risico op infecties en bloedingen en vermoeidheid. Soms komen vrouwen eerder in de overgang.

Tijdens de behandeling met chemotherapie wordt het hCG-gehalte nauwkeurig in de gaten gehouden voorafgaand aan iedere kuur. Als het hCG-gehalte niet daalt, moet overlegd worden met een oncologisch centrum of er andere medicatie moet worden gegeven.

Nazorg en controle

De nazorg hangt af van de soort trofoblastziekte en de behandeling die u heeft gehad. Het controleschema verschilt per persoon. Meestal wordt gedurende minimaal 1 jaar het hcg-gehalte maandelijks gemeten.

Gevolgen

Kanker en de behandeling ervan hebben vaak een grote invloed op het dagelijks leven. Sommige gevolgen hebben met de ziekte zelf te maken. Andere met de behandeling.

Gevolgen waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen, zijn: vermoeidheid, geheugenverlies en concentratieproblemen, veranderingen in uw uiterlijk, angst voor terugkeer van de ziekte en somberheid.

Wilt u meer weten?

Als u nog vragen heeft, kunt u die aan uw behandelend arts stellen of contact opnemen met de patiëntenvereniging Olijf. Olijf is het netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker. Zij brengt vrouwen met elkaar in contact om hun ervaringen en kennis te delen; zorgt voor belangenbehartiging bij het verbeteren van de kwaliteit van zorg en leven; en verzamelt en geeft informatie. Zie daarvoor www.olijf.nl.
Er is ook meer informatie te vinden op www.kanker.nl. Deze website is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten (NFK).

Meer onderwerpen