Tweelingzwangerschap met dun tussenschot

In het kort

Op de echo heb je gezien dat je een tweeling gaat krijgen. En je weet ook al dat het een eeneiige tweeling is. Ongetwijfeld heb je veel vragen over de zwangerschap en de bevalling. Een tweelingzwangerschap is bijzonder, maar er zijn ook meer risico’s. De zwangerschap is zwaarder. Het lichaam krijgt meer te verduren, waardoor je meer kans hebt op het krijgen van een hoge bloeddruk. De belangrijkste risico’s voor de kinderen zijn het tweelingtransfusiesyndroom, achterblijven in groei en een vroeggeboorte.  De controles vinden plaats in het ziekenhuis. De groei van beide baby’s volgen we met echo’s. Als een vaginale bevalling mogelijk is, dan gebeurt dit in het ziekenhuis. De hartslag van beide baby’s controleren we tijdens de hele bevalling.

Op deze pagina lees je meer over

  • hoe een tweelingzwangerschap ontstaat en wat een dun tussenschot inhoudt
  • welke lichamelijke gevolgen je kunt verwachten
  • welke risico’s jezelf hebt
  • welke risico’s de baby’s hebben
  • welke controles je krijgt
  • wat je van de bevalling kunt verwachten
  • wat je van de kraamtijd kunt verwachten
  • wat regelen
  • wanneer waarschuwen

Hoe ontstaat een eeneiige tweeling?

Eeneiige tweeling

Het leven begint met een eicel die bevrucht wordt door een zaadcel. Tijdens de ontwikkeling splitst de bevruchte eicel zich steeds in twee cellen die zich ook weer splitsen. Zo ontwikkelt en groeit een embryo met een placenta en vruchtvliezen. Als vroeg in die ontwikkeling de cellen los van elkaar gaan en twee groepen zich verder ontwikkelen, dan krijg je een tweeling. Beide kinderen zijn nu afkomstig uit één en dezelfde eicel en zaadcel. Beide kinderen hebben hetzelfde erfelijke materiaal. Ze zijn dus altijd van hetzelfde geslacht en lijken veel op elkaar. We noemen een eeneiige tweeling ook wel een identieke tweeling. De kans op een eeneiige tweeling is ongeveer 1 op 330 zwangerschappen. Het is iets hoger bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Er zijn geen erfelijke factoren. Eeneiige tweelingen komen in alle families even vaak voor.

Soorten eeneiige tweelingen

Er zijn drie soorten eeneiige tweelingen. We onderscheiden tweelingen met een dik tussenschot, een dun tussenschot en geen tussenschot. De vruchtzak om het kind bestaat uit twee vliezen: het amnion en het chorion. Het binnenste vlies is het amnion dat dun is. Het buitenste is het chorion dat dik is. Het hangt van het tijdstip van de splitsing af of je een tweeling krijgt met een dik, dun of geen tussenschot.

1. Dik tussenschot

Splitsen de cellen zich al vroeg in de ontwikkeling, binnen 3 dagen na de bevruchting? Dan ontwikkelen beide kinderen zich met eigen vliezen en placenta’s. Ze hebben elk een placenta met een amnionvlies en een chorionvlies. Ze hebben dan een dik tussenschot. Ongeveer een derde van de eeneiige tweelingen heeft dit.

2. Dun tussenschot

Vindt de splitsing later plaats, zo tussen 4 tot 9 dagen na de bevruchting? Dan delen de baby’s de placenta en het chorionvlies. Ze hebben nog wel een eigen amnionvlies. Er is een verhoogd risico op bloeduitwisseling tussen beide kinderen met complicaties. Dit heet het tweelingtransfusiesyndroom (TTS).

3. Geen tussenschot

Als de splitsing nog later plaatsvindt, dan heeft de tweeling één vruchtzak. Dit komt weinig voor. Er is een behoorlijk risico op complicaties met de navelstrengen.

Een dun tussenschot

Met de echo kun je tot 10-12 weken meestal goed zien of er een dun tussenschot is. Is dit bij jou aangetoond? Dan gaan we er vanuit dat je een eeneiige tweeling krijgt. Soms is het tussenschot niet zo duidelijk te beoordelen of is er een vergissing. Dan kun je toch nog een twee-eiige tweeling krijgen. Een ander woord voor een tweelingzwangerschap met een dun tussenschot is een monochoriale zwangerschap. Dit is een tweelingzwangerschap waarbij de kinderen het chorionvlies en de placenta delen. Ze zijn gescheiden door een dun amnionvlies. Er is een verhoogd risico op bloeduitwisseling tussen beide kinderen wat tot complicaties kan leiden. Dit heet het tweelingtransfusiesyndroom (TTS).

Jouw zwangerschap

Zwangerschapsklachten

Als aanstaande tweelingmoeder heb je vaak meer en eerder last van typische zwangerschapsklachten, zoals misselijkheid en moeheid. Meestal wordt dit beter vanaf de twaalfde week van de zwangerschap. Je baarmoeder groeit sneller. Je hebt daardoor meer kans op harde buiken. Als jouw zwangerschap vordert, zal het steeds zwaarder worden. Je hebt meer kans op rugklachten. Hoeveel last je hebt van zwangerschapsklachten verschilt van vrouw tot vrouw.

Gezonde leefstijl

De adviezen over gezonde leefstijl en voeding vind je in de folder Zwanger!. Deze adviezen gelden natuurlijk ook voor jou. Als je niet rookt, normaal actief bent (niet heel veel sport) en gezond eet, is de kans op goede groei van beide baby’s groter.

Welke activiteiten?

Bij een tweelingzwangerschap kun je over het algemeen alles blijven doen wat je ook deed toen je niet zwanger was. Denk daarbij aan werk, sport, seks, fietsen of autorijden. Belangrijk is dat je goed voor jezelf zorgt en naar je lichaam luistert. Probeer om in beweging te blijven en oefeningen voor de rugspieren te doen. Als je gewend bent om veel te sporten, neem dan meer rust. Probeer vanaf 20 weken bewust extra rust te nemen. Vanaf 28 weken moeten de meeste vrouwen hun activiteiten aanpassen.

Werkaanpassingen

Pas je werk aan in overleg met je werkgever en zo nodig een bedrijfsarts. Er zijn verschillende regelingen voor werknemers die zwanger zijn. Doe in elk geval geen nachtdiensten meer en geen overwerk. Maak gebruik van de extra pauzes waar je recht op hebt. Heb je veel last van misselijkheid en braken, heb je last van je rug of veel harde buiken, overleg dan ook met je werkgever om je werk aan te passen. De vereniging van bedrijfsartsen adviseert niet meer dan 4 uur per dag te werken vanaf de 20e tot 24e week. En te stoppen met werken tussen 26e tot 30e week.

Zwangerschapsverlof

Vanaf de 30e – 32e week gaat je officiële zwangerschapsverlof in. Bij een eenlingzwangerschap is dit tussen de 34e – 36e week. Je hebt recht op 20 weken verlof. Dit is 4 weken langer dan bij een eenlingzwangerschap. Het verlof is recent uitgebreid. Moet je voor de 30e week stoppen met werken of minder gaan werken? Dan kom je tot je verlof ingaat in de ziektewet.

Risico’s voor de moeder

Bloedarmoede

Als je zwanger bent, krijg je meer kans op bloedarmoede. Je lichaam gaat in korte tijd extra bloed aanmaken. Je levert niet alleen de bouwstoffen voor de baby’s, maar je eigen bloedsomloop neemt ook toe. Foliumzuur en ijzer zijn stoffen die nodig zijn voor de aanmaak van hemoglobine. Hemoglobine (Hb) is het eiwit dat in de rode bloedcellen zit en zuurstof vervoert. Omdat je een tweeling verwacht, adviseert de gynaecoloog om foliumzuur en ijzertabletten te gebruiken om te voorkomen dat je bloedarmoede krijgt.

Hoge bloeddruk

Als je bloeddruk stijgt, heb je meestal (nog) geen klachten en merk je het niet. Een hoge bloeddruk heeft meestal geen gevolgen voor jou of je baby’s. Maar sommige vrouwen krijgen wel problemen. De kans op problemen is bij jou wel groter, omdat je een tweeling krijgt. Je kunt klachten krijgen als hoofdpijn en pijn boven in de buik. De bloeddruk kan verder stijgen en risico’s geven voor jouw gezondheid. Je kunt afwijkingen krijgen in het bloed, de lever of de nieren. Je baby’s kunnen achter blijven in de groei. Problemen met de bloeddruk kunnen ontstaan vanaf de tweede helft van de zwangerschap. De gynaecoloog meet je bloeddruk bij de controles. Krijg je klachten die bij een hoge bloeddruk passen? Neem dan contact op met het ziekenhuis. Bij Wanneer waarschuwen vind je meer informatie.

Risico’s voor de baby’s

Aangeboren afwijkingen

Een tweeling met dun tussenschot heeft iets meer kans op afwijkingen aan het hart, het zenuwstelsel en de ledematen. Daarom biedt de gynaecoloog een uitgebreide 20 weken echo (GUO) aan. Dit onderzoek is uitgebreider dan de standaard 20 weken echo (SEO). Een GUO wordt in speciale centra gedaan.

Risico op overlijden

Elke zwangerschap is spannend. Voor een tweelingzwangerschap geldt dit nog meer. Het is heel bijzonder dat er twee baby’s in je buik groeien. Maar het maakt je ook kwetsbaar. Je weet dat er een risico is dat één of beide baby’s kunnen overlijden. Bij een eenlingzwangerschap na 20 weken overlijdt 0,8% van de baby’s. Bij een tweelingzwangerschap met dun tussenschot is dit 10% voor elke baby. Dit verhoogde risico komt door de kans op het tweelingtransfusiesyndroom, groeiachterstand en vroeggeboorte. Ben je inmiddels 32 weken zwanger? Dan is het risico op overlijden niet meer zo groot: minder dan 1%.

Overlijden van een baby

Als één van beide baby’s overlijdt in de baarmoeder, dan is er een verhoogd risico dat het andere kind ook overlijdt. Dit is 12-20%. Er is ook een verhoogd risico op hersenschade (18%) bij het kind dat blijft leven. Dit heeft met de vaatverbindingen te maken. Als één kind overlijdt, dan verliest het kind dat blijft leven meteen bloed aan het andere kind. Het kan daardoor tijdelijk een (te) lage bloeddruk krijgen. Een spoedkeizersnede heeft meestal geen zin.

Tweelingtransfusiesyndroom (TTS)

Beide baby’s hebben een eigen bloedsomloop. Dat betekent dat ze zelf hun bloed rondpompen. In de placenta geeft hun bloed afvalstoffen af aan de moeder en neemt hun bloed voedingsstoffen en zuurstof op van de moeder.

Vaatverbindingen

Bij een tweeling met een dun tussenschot zijn er verbinden tussen de bloedvaten van beide kinderen. Bloed van het ene kind komt in het andere kind en andersom. Omdat ze dezelfde bloedgroep hebben, is dat niet erg. Het is een normale situatie als er een evenwicht tussen de kinderen bestaat. Ze geven dan net zoveel bloed weg als dat ze ontvangen. Zo gaat het meestal. Maar er ontstaat wel een probleem als meer bloed van het ene kind naar het andere kind gaat. Dit gebeurt bij 10 tot 15%.

Donor en ontvanger

Het ene kind, de donor, geeft dan steeds bloedtransfusies aan het andere kind, de ontvanger. Bij de donor ontstaat hierdoor een tekort aan bloed. Het krijgt bloedarmoede en groeit daardoor minder goed dan het broertje of zusje. De donor gaat minder plassen. Het vruchtwater neemt af. Uiteindelijk zit het vlies van de vruchtzak strak om het kind heen. Het andere kind, de ontvanger, krijgt ook problemen. Het gaat meer plassen om het teveel aan vocht kwijt te raken. Het hart kan het niet goed aan om zoveel bloed rond te pompen. Vocht kan ophopen in het lichaam van de ontvanger.

Vroeggeboorte

De ontvanger kan veel vruchtwater aanmaken. Daardoor kan de baarmoeder in een korte periode erg oprekken. Dit kan tot een vroeggeboorte leiden vroeg in de zwangerschap.

Controles

De grootste kans dat TTS ontstaat, is tussen de 16 en 26 weken. Daarom krijg je al vanaf 14 weken extra echocontroles. De gynaecoloog kijkt naar

  • de groei van beide kinderen en of er verschil is
  • het vruchtwater, hoe dit verdeeld is tussen beide kinderen
  • de blaasvulling van de kinderen
  • de bloedstroomsnelheid in de navelstrengen
  • mogelijke vochtophoping bij een van de baby’s

Onvoldoende groei van één baby

Bij een derde van de zwangerschappen bij een tweeling met dun tussenschot groeit één van de twee baby’s onvoldoende. Dit kan het gevolg zijn van een placenta die onvoldoende voeding geeft of van vaatverbindingen.

Vroeggeboorte

De gemiddelde zwangerschapsduur voor een tweeling met dun tussenschot is bijna 35 weken, terwijl dit voor een eenling ongeveer 40 weken is. Meestal zijn er bij baby’s die na de 34ste week worden geboren geen grote problemen. De risico’s op complicaties worden groter als de baby’s nog vroeger worden geboren. Onrijpheid van belangrijke organen, zoals longen, hersenen en het maag-darmkanaal, zijn hiervan de oorzaak. Verder zijn te vroeg geboren baby’s erg vatbaar zijn voor infecties omdat hun weerstand nog niet helemaal ontwikkeld is. De kans op ziekte en op problemen na de geboorte is dus groter als de zwangerschap korter heeft geduurd. Naast de zwangerschapsduur is ook het geboortegewicht belangrijk. Hoe hoger het gewicht van je baby’s, hoe kleiner de kans op problemen na de geboorte.

Opname

Meestal moeten je baby’s net zo lang in het ziekenhuis blijven als dat ze te vroeg geboren zijn. Gemiddeld wordt een tweeling bij 37 weken geboren. Worden jouw baby’s bij 35 weken geboren, hou dan rekening met minimaal 2 weken opname in het ziekenhuis.

Oorzaken

Tijdens een tweelingzwangerschap rekt de baarmoeder erg uit. Hierdoor kun je eerder weeën krijgen. Je kunt ook te vroeg gebroken vliezen krijgen. De bevalling hoeft niet meteen te volgen, maar de kans op een vroeggeboorte is dan wel veel groter. Een andere oorzaak is dat de baarmoedermond niet sterk genoeg is voor de tweelingzwangerschap en langzaam opengaat. Tot slot kan het ook een keuze zijn om de zwangerschap vroeger te beëindigen om grotere problemen te voorkomen. Dan is de overweging altijd: wat is beter voor jou en de baby’s. Afwachten of bevallen?

Maatregelen

Meten van de baarmoedermond

Uit onderzoek blijkt tot nog toe dat het niet zinvol is bij de controles je baarmoedermond met de echo te meten. Krijg je harde buiken die pijnlijker en regelmatiger zijn dan normaal? Heb je een menstruatie-achtig gevoel? Dit kan een teken zijn van een dreigende vroeggeboorte. Dan is het wel zinvol om een echo te doen van de baarmoedermond.

Magnesiumsulfaat

Vanaf 24 weken tot 30 weken kom je in aanmerking voor Magnesiumsulfaat als de gynaecoloog verwacht dat je binnen 4 uur gaat bevallen. Dit middel heeft een beschermende werking op de hersenen van de baby’s.

Corticosteroïden

Vanaf 24 weken tot 34 weken kom je in aanmerking voor weeënremming en corticosteroïden. Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen. Ze bereiken via de placenta de baby’s. Deze hormonen stimuleren de rijping van de organen van de baby’s. Je krijgt de hormonen via een injectie. Na 24 uur wordt de injectie herhaald. Als de baby’s 12 uur na de injectie worden geboren, is er al een positief effect. Na 48 uur is dit effect maximaal. De baby’s hebben hierdoor een kleinere kans om te overlijden, een kleinere kans op ademhalingsproblemen en een kleinere kans op hersenbloedingen.

Perinatologisch centrum

Is de verwachting dat je voor 32 weken gaat bevallen? Of dat één baby nog geen 1.200 gram zal wegen bij de geboorte? Dan is de kans groot dat de baby op een intensive care verzorgd moet worden. Je arts zal je zo mogelijk voor je bevalling laten overplaatsen naar een ziekenhuis met een perinatologisch centrum. Deze ziekenhuizen zijn gespecialiseerd in gecompliceerde zorg voor zwangerschap en geboorte. Er zijn tien perinatologische centra in Nederland.

Je controles

Screening downsyndroom

Bij één van de eerste controles bespreekt de gynaecoloog de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het syndroom van Down. Omdat je een tweeling krijgt, zijn deze onderzoeken in jouw situatie gecompliceerder. We geven hier een aanvulling op de RIVM-folder Informatie over de screening op downsyndroom. Je kunt de nekplooimeting en de bloedtest laten doen. Maar ook kiezen voor een NIPT. Is deze afwijkend dan is de kans erg groot dat het beide kinderen de afwijking hebben. Als je overweegt om de zwangerschap af te breken, is het advies eerst een vruchtwaterpunctie te doen. Als er een verdikte nekplooi is, is er mogelijk een hogere kans op TTS.

Groeiecho’s

Naast de standaardcontroles krijg je vanaf 14 weken elke 2 weken een echo vanwege het risico op TTS. De gynaecoloog beoordeelt de groei van beide baby’s, de verdeling van het vruchtwater, de blaasinhoud, en de bloeddoorstroming. Elke baby krijgt zo een eigen groeicurve (kind 1 en kind 2). Als er tekenen zijn van groeiachterstand van één van de baby’s of van TTS krijg je meer controles. Tijdens de controles is er extra aandacht voor eventuele signalen van een vroeggeboorte. Vanaf 28 weken krijg je elke twee weken een controle.

Bevalling bespreken

Rond de 34 weken bespreekt de gynaecoloog de bevalling met je. Dan is de kans niet groot meer dat de onderste baby nog gaat draaien. Dan weet je ook of de baby’s tot deze duur voldoende zijn gegroeid. Het advies is de zwangerschap bij 36-37 te beëindigen. De gynaecoloog bespreekt wat de mogelijkheden zijn en wat jullie verwachtingen zijn. Neem je bevalplan mee. Ga je eerder bevallen en heb je nog geen afspraak gemaakt over vaginaal bevallen of een keizersnede? Dan bespreek je op dat moment wat de beste manier lijkt. Dit hangt af van de conditie van de baby’s en de ligging van de kinderen.

Je bevalling

Vaginaal of een geplande keizersnede?

Bij een tweelingzwangerschap kun je meestal vaginaal bevallen. Bij 80% van de tweelingen ligt de eerste baby met het hoofd naar beneden, bij 60% liggen beide baby’s in hoofdligging. Als de tweede baby in stuitligging ligt, is dit geen nadeel voor een vaginale bevalling. Als de ligging gunstig is, is een keizersnede niet veiliger voor de baby’s. Ligt de eerste baby in stuitligging en de tweede in hoofd- of in stuitligging? Dan bespreek je met je gynaecoloog wat de voor- en nadelen zijn van een vaginale bevalling en een keizersnede. Je maakt dan samen de keuze. Als één of beide baby’s een groeiachterstand heeft/hebben, dan kan de gynaecoloog een keizersnede adviseren. Dit is afhankelijk van de conditie van de baby(‘s).

Wanneer bevallen?

Als je zwangerschap goed verloopt, kun je afwachten tot je spontane weeën krijgt. Als je zo’n 35 weken bent, dan bespreek je met de gynaecoloog de mogelijkheid van een inleiding bij 36 – 37 weken. Zijn er bijzonderheden, zoals een verhoogde bloeddruk of een groeiachterstand van één van de baby’s? Zijn er tekenen van een TTS? Dan kan de gynaecoloog al eerder een inleiding of een keizersnede adviseren.

Vaginale bevalling

Een bevalling van een tweeling is extra bijzonder. Je merkt dat er meer hulpverleners bij je betrokken zijn. De gynaecoloog is bij je bevalling aanwezig. Vaak is de verloskundige ook aanwezig en zo nodig een extra verpleegkundige om straks hulp te bieden bij de opvang van de baby’s. Zo nodig is de kinderarts dichtbij als je baby’s te vroeg worden geboren. Maar ook al zijn er meer hulpverleners, we zorgen voor een rustige sfeer.

Eerste kind

De bevalling van het eerste kind verloopt net zoals bij een eenling zwangerschap. Alleen is er ook zorg nodig voor het tweede kind. Tijdens de bevalling registreren we de hartactie van beide kinderen. Meestal krijgt het eerste kind een elektrode op het hoofdje (of de billen als de eerste in stuit ligt). Het tweede kind registreren we via de buik van de moeder. Soms is het lastig om het tweede kind goed te registreren. Maar het is belangrijk dat we steeds weten dat de conditie van het tweede kind ook goed is. Meestal krijg je ook een infuus. Zo nodig krijg je weeënstimulerende medicijnen. De kans is wat groter dat je dit nodig hebt, omdat je baarmoeder meer opgerekt is door te tweeling.

Pijnstilling?

Als je pijnstilling nodig hebt, dan zijn de mogelijkheden vergelijkbaar met een eenlingzwangerschap. Je kunt een ruggenprik krijgen als dat de voorkeur is.

Na de geboorte van de eerste

Als je eerste baby geboren is, ontstaat er een bijzonder moment. Je wilt genieten van de baby en je bent opgelucht als de eerste gezond geboren is. Maar je tweede kind is net zo belangrijk. Als de hartregistratie van het tweede kind steeds goed is geweest, is er wel even tijd. De baby kan bij je blijven liggen als de conditie goed genoeg is. Toch zullen al snel de gynaecoloog en verloskundige acties gaan ondernemen voor de volgende geboorte. De baby wordt afgenaveld en je partner mag de navelstreng doorknippen.

Lengteligging

De tweede baby verplaatst zich na de geboorte van het broertje of zusje. Vaak moeten we opnieuw via je buik de hartactie van de baby opzoeken. Vervolgens voelt de gynaecoloog of verloskundige hoe de baby ligt en kijkt daarna met de echo. Het is belangrijk is dat de baby in de lengte ligt. Of dit een hoofdligging of een stuitligging is, maakt niet uit.

Tweede kind

Ligt de baby in de lengte en is de hartactie goed? Dan wachten we totdat de persweeën opnieuw op gang komen. De verloskundige of gynaecoloog breekt de vliezen tijdens een wee. Vaak kost het daarna maar een paar weeën tot de tweede baby wordt geboren. Soms duurt het maar een paar minuten voor de weeën weer op gang komen. Soms duurt het langer. Het streven is dat het tweede kind binnen een half uur geboren wordt.

Placenta

Na de geboorte van je beide kinderen krijg je een medicijn om de baarmoeder goed te laten samentrekken. Je baarmoeder is flink uitgerekt en je hebt meer kans op veel bloedverlies. Door deze injectie komen de placenta’s eerder los. De kans op veel bloedverlies wordt zo kleiner. De gedeelde placenta wordt in één keer geboren na de geboorte van beide kinderen.

Dwarsligging

Als het tweede kind niet in de lengte ligt, maar dwars dan probeert de verloskundige of gynaecoloog via je buik de baby te draaien tot een lengteligging. Als dat lukt, dan kun je vervolgens van het tweede kind vaginaal bevallen.

Alsnog een keizersnede of een stuitbevalling via tractie

Als dit niet lukt zijn er twee mogelijkheden. De eerste is een keizersnede en meestal is dat het advies. Een andere mogelijkheid is dat de gynaecoloog via de vagina een beentje opzoekt van de baby. Als dat lukt, helpt de gynaecoloog via je buik de baby in de goede richting van het bekken te draaien. De gynaecoloog trekt dan (tractie) voorzichtig aan één en vervolgens beide beentjes en tot slot de heupen. De baby wordt via een stuitligging geboren. Deze manier van bevallen is mogelijk omdat er veel ruimte is door de eerdere bevalling. Zo nodig gebeurt dit onder narcose.

Verhoogd hemoglobine

Als het eerste kind geboren is, kan er via de placenta extra veel bloed naar het tweede kind gaan. Dit gebeurt bij zo’n 25% van de baby’s die als tweede worden geboren. Zij kunnen een te hoog hemoglobine krijgen. Soms is een wisseltransfusie nodig waarbij een deel van het bloed wordt vervangen.

Keizersnede

Als je een geplande keizersnede krijgt, dan is dit vergelijkbaar met een keizersnede van een eenling. Er is wel extra personeel om te helpen bij de opvang van de baby’s. Je kunt meekijken bij de geboorte. Als de baby’s voldoende volgroeid zijn en hun conditie is goed, dan mogen ze bij je liggen tijdens de keizersnede. Meestal ligt er dan één baby bij jou en één bij je partner. Krijg je een ongeplande keizersnede omdat de conditie van één van de baby’s te veel achteruitgaat? Of omdat de tweede dwars ligt? Meestal is een ruggenprik mogelijk, maar soms is er meer haast en narcose een betere keus. Zie verder de folder Ik ga bevallen met een keizersnede.

Je kraamtijd

Thuis

Als de kinderen niet te vroeg geboren zijn of een te laag geboortegewicht hebben kun je na een vaginale bevalling van een tweeling de kraamperiode thuis doorbrengen. Geef bij het aanmelden bij de kraamzorg aan dat je een tweeling verwacht. We adviseren je zo uitgebreid mogelijke kraamhulp aan te vragen.

Ziekenhuis

Zijn je kinderen opgenomen op de couveuse-, intensive care of kraamafdeling? En heb je zelf geen zorg meer nodig? Dan kun je toch in het ziekenhuis blijven voor je baby’s. Afhankelijk van je verzekering wordt een aantal dagen vergoed. Je kunt afhankelijk van je verzekering couveuse nazorg krijgen. Je krijgt dan na de opname nog hulp thuis.

Borstvoeding

Ook een tweeling kan borstvoeding krijgen. Als de baby’s nog niet sterk genoeg zijn om zelf te drinken, kun je de borstvoeding afkolven. Zo krijgen zij toch borstvoeding en zorg je ervoor dat jouw borstvoeding opgang komt. Veel ziekenhuizen hebben een borstvoedingsdeskundige (lactatiekundige), die je hierbij kan ondersteunen.

De eerste periode thuis

De eerste periode thuis met een tweeling is voor veel ouders zwaar. Twee kinderen vragen meer tijd en aandacht dan één. Als de baby’s te vroeg geboren zijn, vraagt dit ook meer zorg. Je nachtrust is vaak gestoord en jij en je partner zijn moe. Het leren kennen van de kinderen en het opbouwen van een emotionele band kost meer tijd dan bij één kind. Oudere kinderen kunnen door de komst van een tweeling ook meer aandacht dan voorheen vragen. Ook op pad gaan met je tweeling is meestal een hele onderneming.

Hulp

Zorg dat je voldoende rust krijgt. Je hebt je handen vol met je eigen herstel en de verzorging en voeding van de kinderen. Het is dan ook goed de eerste tijd zoveel mogelijk hulp in te roepen. Dit kan hulp van familie of vrienden zijn, maar je kunt ook denken aan gezinshulp. Het is verstandig dit al tijdens de zwangerschap te bespreken. Ook is het verstandig dan al contact op te nemen met de vereniging van meerlingouders.

Kraambezoek

Verder adviseren we je kraambezoek goed te regelen.

Wat regelen?

Tijdens een zwangerschap moet je veel regelen. Voor een tweeling komt daar nog meer bij. Behalve een tweelingkamer en een dubbele uitzet, kun je aan de volgende punten denken.

  • Bedenk wat je met de mogelijkheid van screening wilt voor downsyndroom. Bij een tweeling is dit gecompliceerder.
  • Bespreek met de kraamhulp dat je een tweeling krijgt en vraag zo mogelijk uitgebreide kraamhulp aan. Bekijk je verzekering om te weten wat vergoed wordt.
  • Maak een afspraak met je werkgever of bedrijfsarts over aanpassingen op je werk.
  • Bedenk en bespreek van wie je hulp vraagt in de kraamperiode of vraag gezinshulp aan.
  • Overweeg contact op te nemen of lid te worden van de vereniging van meerlingouders; zij hebben een schat aan (praktische) informatie.
  • Bespreek met je gynaecoloog rond 32-34 weken de bevalling en maak zo nodig een bevalplan.
  • Bereid je voor op de mogelijkheid van een vroeggeboorte; de kans is groot dat de baby’s op de couveuse-afdeling (of intensive care) komen.

Wanneer waarschuwen?

Eerste trimester

  • Als je veel braakt en bijna niets meer kan binnenhouden
  • Als je bloedverlies krijgt

Tweede en derde trimester

  • Als je een signaal krijgt van een snel ontwikkelende TTS: dit kan al vanaf 14 weken
  • Een baarmoeder die opeens hard groeit (in korte tijd groeit je buik)
  • Als je last krijgt van signalen van een mogelijke vroeggeboorte
  • Regelmatig harde buiken die meer pijn gaan doen en regelmatiger komen
  • Een continu zeurend, menstruatieachtig gevoel onder in de buik of rug
  • Als je vocht- of bloedverlies hebt
  • Als je de baby’s minder voelt bewegen
  • Meestal kun je het verschil tussen beide baby’s niet voelen. Volg daarom de adviezen van de folder Je baby voelen bewegen
  • Als je last krijgt van signalen van een hoge bloeddruk
  • Hevige pijn in je bovenbuik of het gevoel van een strakke band om je bovenbuik. De pijn straalt soms uit naar de zijkant van de buik, rug of schouderbladen
  • Heftige hoofdpijn, sterretjes zien, wazig zien of licht niet goed verdragen
  • Ziek voelen zonder koorts
  • Veel vocht vasthouden in handen, enkels of gezicht

Als je denk dat je bevalling begint

  • Als je regelmatige weeën hebt per 3-5 minuten
  • Als je bloedverlies hebt
  • Als je vochtverlies hebt en mogelijk gebroken vliezen
  • Als je je onrustig voelt of ongerust bent

Contact

We zijn 24/7 bereikbaar. Groeit je buik ineens heel snel? Heb je signalen van een vroeggeboorte of een hoge bloeddruk? Voel je de baby’s minder goed bewegen of denk je dat je bevalling begonnen is? Wacht dan niet tot de volgende dag, maar neem meteen contact op met het ziekenhuis.

Meer onderwerpen