Bij een keizersnede of een vaginale bevalling komen ernstige problemen (complicaties) weinig voor.
Voor de baby is een keizersnede niet beter of slechter dan een gewone bevalling. Bij een vaginale bevalling komt wat vaker een moeilijke geboorte van de schouders voor. De baby heeft bij een geplande keizersnede wel vaker tijdelijk ademhalingsproblemen.
Deze problemen komen gelukkig weinig voor.
Hormonen
Krijg je een keizersnede tussen week 34 en week 37 van je zwangerschap? Bespreek dan met je arts de voordelen en nadelen van hormonen krijgen. Deze hormonen worden ook corticosteroïden of longrijpings-prikken genoemd. De arts zet deze prik in je bil of bovenbeen. Na 24 uur krijg je een tweede prik.
Deze prikken zorgen dat de longen van je baby zo goed mogelijk werken als je baby geboren wordt. Je baby heeft dan na de geboorte een kleinere kans op problemen met ademhalen.
Problemen met ademhalen bij een geplande keizersnede
Bij een geplande keizersnede heeft een baby meer vocht in de longen. De ademhaling kan hierdoor moeilijker op gang komen. Soms heeft de baby beademing nodig. Als het nodig is, blijft de baby een paar dagen aan de monitor. Soms is een opname op een intensive care nodig.
Hoe verder de zwangerschap is, hoe kleiner de kans hierop is. Daarom doen artsen een geplande keizersnede het liefst na 39 weken zwangerschap.